2019 iaa hannover iveco electric-campermotor onderhoud serv-media

De Camper Motor onderhouden

De onderstellen van campers zijn ontwikkeld voor beroepsgoederenvervoer. De onderhoudsintervallen in het serviceboekje zijn daarop gebaseerd: ze liggen vaak bij ongeveer 40.000 kilometer, of één keer per jaar. Maar aan zo veel kilometers per jaar komen de meeste camperaars nooit. Hoe ga je daarmee om?

Tekst (c) Wim de Roos SERV-Media voor Pasar

 

Wat is een goede onderhoudsinterval voor jouw campermotor?

Fabrikanten van camperchassis schrijven voor om minimaal een keer per twee jaar een groot en tussendoor een klein onderhoud te laten uitvoeren. De controlepunten liggen min of meer vast. Omdat campers anders worden gebruikt, en altijd bij een maximaal voertuiggewicht, is het beter om onderhoud in overleg met je garage aan te passen aan het gebruik in de afgelopen periode. Heb je veel in de bergen gereden? Dan kan het hard nodig zijn om de remmen te reinigen en om de remvoeringen te controleren (remtrommels eraf). Is de camper veel voor korte vakanties in de buurt gebruikt? Dan hebben vooral de motor en vloeistoffen aandacht nodig. Eén keer per jaar naar de garage dus. Laat in het serviceboekje aantekenen welk onderhoud is gebeurd.

Wanneer laat je onderhoud uitvoeren?

Probeer een onderhoud van de motor vóór de eventuele stallingperiode te plannen. Dat is een goed moment om motorolie te vervangen, remvloeistof te controleren op vochtgehalte, koelvloeistof op vorstbestendigheid en de boordcomputer op probleemmeldingen. Krijg je een melding voor motorservice of -controle (dat oranje motorblokje op het dashboard), bezoek dan meteen een garage.

Welk onderhoud kun je zelf doen onder de motorkap?

  1. Controleer het peil van de motorolie: dat is de meest gebruikelijke controle. Controleer ook de oliepeilstok en de vuldop: als zich daar sludge – wittige drab – heeft verzameld, kan dat duiden op te veel vocht in de olie, of erger, op een lekke koppakking. Na een lange rit, waarbij de motor lekker warm wordt, dampt ‘normaal’ vocht er weer uit. Vul de olie bij voorkeur bij tot het maximum op de peilstok.
  2. Controleer het peil van de remvloeistof. Vul ze niet bij, want een laag niveau wijst op slijtage van de remblokken. Bij een minimumniveau ga je naar de garage.
    Remvloeistof is hygroscopisch, wat betekent dat ze vocht aantrekt. Vocht in de remvloeistof kan oxidatie in het remsysteem veroorzaken, en falen van de remmen onder hete omstandigheden, zoals afdalingen. De garage kan de hoeveelheid opgenomen water in remvloeistof vaststellen en ze zo nodig veilig vervangen. Twijfel je over de remwerking of voelt het pedaal ‘sponzig’, zoek dan een garage op.
  3. Controleer het peil van de stuurhuisolie met de peilstok aan de dop op het tankje van de stuurbekrachtiging. Stuurhuisolie vermindert alleen door lekkage. Vul eventueel bij met voorgeschreven olie (vaak automatischeversnellingsbakolie), maar controleer dan ook op lekkages.
  4. Controleer het peil van de koelvloeistof en vul eventueel bij met de door de autofabrikant voorgeschreven koelvloeistof. Koelvloeistof is er in heel wat kleuren, zoals oranje voor Fiat, en samenstellingen met codes, zoals G12/G13. Een laag niveau in het overloopreservoir kan duiden op lekkage buiten of in het motorblok. In geval van nood kun je bijvullen met elke beschikbare vloeistof, maar zoek dan zo snel mogelijk een garage op. Zoek ook een garage op als het niveau blijft dalen.
  5. Vul de ruitensproeiervloeistof aan. Dat is vooral in de winter belangrijk: zout en zon kunnen je ruit dan in een klap ondoorzichtig maken. Ruitensproeiers moeten volgens de wet altijd werken en goed afgesteld staan.

Wat doet de garage nog meer?

  1. Aan de motor kan een garage tegenwoordig weinig meer doen dan een visuele controle.
  2. Het motormanagement regelt in- en afstelling voor het beste resultaat. De motor loopt zuinig maar krachtig, schoon en soepel.
  3. Storingen en problemen worden door de boordcomputer geconstateerd en waar mogelijk gecorrigeerd. Die (fout)gegevens uitlezen is belangrijk: het geeft weer of er storingen zijn geweest in inspuitstukken, inspuitmomenten of het ontstekingstijdstip. De garage kan die gegevens uitlezen, interpreteren en resetten. Als ze een print maken, kunt u ook de eventuele fouten zien.
  4. De distributieriem moet af en toe worden vernieuwd. De in het instructieboekje aangegeven vervangingstermijn stellen fabrikanten tussentijds soms bij. De garage is op de hoogte van dit soort wijzigingen. Vraag er eens naar, want voor oudere Fiat Ducato-modellen is dat bijvoorbeeld al teruggebracht naar drie en vier jaar.