IJsland Dag 16 Geysir – Selfoss (±115 km)

De hele nacht hoorden we het gebulder van de geiser Geysir IJsland, vlak naast onze tent. SSSSCCCHHHHWWWWOOUUSSCCHH!! Bijzonder om daar gewoon op vulkanische activiteit te liggen slapen. Geslapen hebben we prima met natuurlijke vloerverwarming onder de tent. Als we zijn ingepakt rijden we eerst langs het nabijgelegen hotel. Een in het engels gesteld briefje dat bij de wastafel vonden leerde dat daar betaald moet worden voor de overnachting. Als ik eindelijk iemand heb gevonden, wordt ons het stageld weer kwijtgescholden.  Omdat we geen gebruik hebben gemaakt van de hete baden. Die waren wel open voor campinggasten en gebruik van de faciliteiten is in het geringe stageld inbegrepen. Tsja, jammer. 

We rijden naar Gullfoss voor koffie met gebak. Er is net een enorme 4×4 bus aangekomen. Zo gauw wij de auto achterlaten fotograferen enkele touristen uit de bus onze Jeep. Grappig dat ons ‘kleintje’ toch in de smaak valt. Tijdens de bak koffie bedenken we dat we achter de bus aan mogelijk gemakkelijk naar de vulkanen van het gebied hadden kunnen rijden. Als hij mag….., dan mogen wij ook? Als we buiten komen is de bus echter al in geen velden of wegen te bekennen. We rijden de afsluitborden voorbij, daar achter kun je nog 25 kilometer verder hobbelen, snel naar de toegangsweg van het vulkanisch gebied, maar we vinden geen sporen door de diepe snelstromende ijswaterrivier. Nog even een uurtje wachten, want je kunt nooit weten. We eten wat, drinken wat, kijken een beetje rond langs de wilde modderstroom, maar geen 4×4 bus; niemand. Wel heerlijk toeven in zo’n stiltegebied met uitsluitend natuur om je heen.

Omdat we niet kunnen achterhalen of je het gebied via een zijweg in mag, gaan we niet. De geldende boete is dat je je auto in het gebied moet achterlaten als je wordt gesnapt. En dat willen we niet riskeren. En dan moet ik ook nog het snelstromende ijskoude water in om te peilen hoe diep het is. De waarschuwingsborden staan niet voor niets bij de modderoversteek. Op de terugweg slingeren we door een gebied vol stroompjes. 


We rijden om langs de krater van Kerid, waar je omheen kunt lopen. Er is een steengroeve vlakbij waar prachtig rood gekleurd gravel wordt afgegraven. Fotomomentje. De kraanmachinist snapt er niets van dat we juist daar een foto komen nemen. We rijden door de groeve en langs de machines, maar niemand die daar moeilijk over doet. Hier mag je overal komen en rijden. We bekijken nog wat campings langs de route om er een korte dag van te maken, maar vinden niets met interessant uitzicht. We besluiten naar Selfoss door te gaan om daar wat nieuwe voorraad in te slaan. We zijn bijna door de noodrantsoenen heen. We rijden dus terug, langs Gullfoss, weg 35, dan de 385 naar de Farnleysufoss waterval en verder naar het zuiden over de 35 naar Selfoss.

Daar vinden we camping Gesthus Selfossi. In Selfoss fotografeer ik de No Limits Jeep, toch altijd een indrukwekkende verschijning, vlak naast de lokale politieauto. Ahum….! Tegen zo’n Ford op 21/44-17 LT banden kan zelfs onze twee meter hoge dakrand niet op. Na een
bezoek aan de supermarkt staat de tent snel en vreten we ons helemaal vol warm eten. Van alle buitenlucht, wind en kou worden we erg hongerig. We staan met uitzicht op het watertje van de camping. Behalve een laat arriverende camper is er niemand. We proberen wat uit te rusten en zitten ‘s avonds nog een tijdje in een soort kantine waar ook de grasmaaier en ander gereedschap in een hokje staan opgeslagen. Slapen en morgen nog meer van IJsland zien.